Verschuiving van tweedelijns (specialistische) zorg naar de eerste lijn (huisarts) wordt dikwijls gezien als een manier om efficiënter en doelmatiger zorg te verlenen. Dit idee is, interessant genoeg, één van de vier pijlers onder een nieuw zorgconcept in de Verenigde Staten (VS): The Patient-Centered Medical Home. Het doel daarvan is de efficiency en coördinatie van de zorg voor chronisch zieken te verbeteren. Daarbij werken huisartsen (primary care physicians) in de eerste lijn en specialisten in de tweede lijn optimaal samen. Een (aanmerkelijk) deel van de herhaalbezoeken aan de specialist zal daarbij in de toekomst moeten worden afgehandeld in de eerste lijn.
Potentieel 6.335 extra huisartsen nodig in de VS
Hollingsworth en co-auteurs berekenden welke gevolgen een dergelijke overheveling van tweede- naar eerstelijnszorg in de VS zou hebben voor de benodigde capaciteit in de eerste lijn. Hun conclusie: Elke huisarts zou 3,2 extra weken per jaar moeten werken, indien de helft van de herhaalbezoeken (follow-up care) zou worden overgeheveld van de tweede naar de eerste lijn. Oftewel, er zouden dan 6.335 extra huisartsen nodig zijn. Alleen al het overhevelen van de follow-up care voor hartaandoeningen en depressie zou tot anderhalve extra werkweek voor de huisarts leiden.
Grootste deel van specialistenbezoeken bedroeg herhaalbezoeken
Een groot deel van de zorg voor patiënten met eerder genoemde chronische aandoeningen speelde zich af in de tweede lijn: Van het totaal aantal bezoeken (dus huisarts en specialist samen), varieerde het aantal bezoeken aan de specialist tussen 29,3% (voor diabetes) en 63,1% (voor nieraandoeningen). Het grootste deel hiervan betrof herhaalbezoeken. Er is dus een groot potentieel (althans theoretisch) zorg over te hevelen van de tweede naar de eerste lijn.
Grotere rol voor praktijkondersteuner mogelijke oplossing
Voordelen van een dergelijke overheveling zijn volgens de onderzoekers:
- voor de zorg als geheel, minder fragmentatie;
- voor de huisarts, meer prestige;
- voor specialisten, meer tijd om zich op de echt lastige gevallen te storten.
Dit is echter een onmogelijke opgave op de korte termijn, gezien de enorme capaciteitsuitbreiding die dit zou vergen in de eerste lijn. (Uiteraard zou er dan ook een overschot aan capaciteit in de tweede lijn ontstaan). De auteurs zien als mogelijke oplossing een uitbreiding van de rol van praktijkondersteunende staf (zoals in de Nederland de PoH-er).
Focus op chronische aandoeningen
Om tot deze conclusie te komen analyseerden zij gegevens van 32.778 representatieve bezoeken aan specialisten en huisartsen in de 2007 National Ambulatory Medical Care Survey (NAMCS). Zij keken daarbij specifiek naar bezoeken die gerelateerd waren aan de chronische aandoeningen:
- COPD/astma
- lage rugpijn
- diabetes
- cardiovasculaire aandoeningen
- hartfalen
- nieraandoeningen
- depressie
Vervolgens berekenden de onderzoekers:
- De (directe) tijd die huisartsen en specialisten spendeerden aan patiënten tijdens een herhaalbezoek.
- De (indirecte) tijd die buiten het consult viel en gebruikt werd om bijvoorbeeld de uitslag van een onderzoek in het laboratorium te interpreteren.
- De (totale) tijd, opgeteld over alle patiënten, op basis van de veronderstelling dat de helft van deze tijd overgeheveld zou kunnen worden naar de eerste lijn.
Deze laatste uitkomst deelden ze tenslotte door het aantal actieve huisartsen in de VS, om zo de extra werkdruk per huisarts in de eerste lijn te berekenen.
Bron: Hollingsworth JM, Saint S, Hayward RA, Rogers MAM, Zhang L, Miller DC. Specialty Care and the Patient-Centered Medical Home. Medical Care 2011; 49(1): 4-9.
Lees ook deze gerelateerde berichten:



